Op 30 september j.l. werden er raadsvragen gesteld door raadslid heer TH. Beenen inzake crisis Dierenopvangcentrum Doornakkers. Nu bijna twee maanden verder, is er een schriftelijke reactie van burgemeester en wethouders.
** Raadsvragen van het raadslid de heer Th. Beenen inzake crisis Dierenopvangcentrum Doornakkers **
In het kader van de Leefbaar Eindhoven-wijkfietstocht “een rondje Tongelre” op 4 juni 2005 maakte mijn fractie vroegtijdig afspraken met leidinggevenden op het Dierenopvangcentrum Doornakkers om ook daar een bezoek af te leggen.
Groot was dan ook onze verbazing toen de heer P. Krikke (zelfbenoemde crisismanager) ons enkele dagen voor 4 juni telefonisch benaderde met de boodschap dat ons geplande bezoek absoluut geen doorgang kon vinden in verband met de interne situatie bij het Dierenopvangcentrum.
Wij, als onnozele raadsleden, zouden alsdan een totaal verkeerd beeld krijgen en er zouden ons leugens en verdachtmakingen worden verteld die onrecht zouden doen aan de feitelijke waarheid??
Wij deelden de heer Krikke daarop mee dat wij zeer wel in staat zijn om onze eigen mening te vormen als dat nodig mocht zijn, en dat het geplande bezoek hoe dan ook plaats zou vinden.
Hoewel er duidelijk een gespannen sfeer hing op het Dierenopvangcentrum zijn we prettig rondgeleid en heeft niemand ons aangesproken inzake interne conflicten (last-minute bereikt ons nu informatie dat een medewerker, die ons WEL had willen informeren over de situatie, bewust die dag naar huis is gestuurd).
Blijkbaar zijn de problemen begonnen al begin 2004 onder het voorzitterschap van desmalig voorzitter de heer Maat.
Het Eindhovens Dagblad heeft daar toen ook al uitvoerig over bericht. Sindsdien is de situatie blijkbaar van kwaad tot erger gexebscaleerd. De heer Krikke verzekerde ons 2 juni 2005 nog dat er hard aan de problemen werd gewerkt en dat de situatie binnen ten hoogste enkele maanden “genormaliseerd” zou zijn.
Nu, vier maanden na ons fractiebezoek, blijkt helaas het tegendeel waar te zijn blijkens de verslaglegging in het Eindhovens Dagblad van 28 september 2005.
Naar aanleiding van dit artikel hebben bestuur en fractie van Leefbaar Eindhoven gemeend te moeten intervenixebren in het hogere belang van de dieren, en we hebben derhalve het aanbod doen uitgaan naar betrokkenen om als mediator op te willen treden. Bij gebrek aan medewerking van een der partijen lijkt dat een zinloze inspanning.
Woorden schieten te kort om onze verontrusting en afkeur uit te spreken over het feit dat het asiel thans niet normaal kan functioneren, meestentijds voor publiek gesloten is, en zelfs tijdens de landelijke open dagen rondom Dierendag niet toegankelijk is voor publiek.
Het mag voor zich spreken dat het dierenleed in deze inmiddels volledig ondergeschikt is geraakt aan prestige, machtsstrijd en ronduit wanbestuur van een, ook door onze gemeente, gesubsidieerde instelling met een duidelijke zorgtaak en opvangfunctie ten behoeve van dieren.
Inmiddels wordt mijn fractie overspoeld door adhesiebetuigingen van (ex-)medewerkers en -vrijwilligers, en informatie over deze onverkwikkelijke affaire waarvoor het woord beerput speciaal uitgevonden lijkt te zijn.
Teneinde u als college te doordringen van de ernst van de situatie, hier een korte, trieste opsomming van al hetgeen ons thans bereikt:
- bestuurders zouden bij hun aantreden gelogen hebben over hun C.V. en competenties;
- bestuurders zouden verstrengeld zijn in meerdere belangen en dubbel, driedubbel- en zelfs meer functies;
- er zouden bedreigingen zijn geuit over en weer, en meldingen daarvan bij de politie gedaan;
- bij aantreden van de heer Maat zou er ongeveer een saldo van bijna € 1 miljoen zijn opgebouwd met het oog op een mogelijke verhuizing van het opvangcentrum. Het is volstrekt onduidelijk of en hoeveel daar thans nog van over is. De verdenking bestaat zelfs dat men willens en wetens het asiel zal laten failleren teneinde onwelgevallige medewerkers buiten te zetten en met nieuwe, volgzamere te kunnen herstarten;
- kritische leden van de dierenbescherming zouden en masse geroyeerd zijn;
- mensen zouden spreekverboden krijgen opgelegd tijdens democratische vergaderingen;
- interne, kritische rapportages zouden compleet verdwenen zijn;
- de oudbeheerder is uitgekocht voor € 90.000,– door het bestuur;
- vlak voordat de inspectie kwam zou er een cosmetische operatie zijn geweest en zouden er nog snel dieren zijn overgebracht naar andere opvangcentra, dan wel dure dierenpensions;
- in minimaal een geval zou er sprake zijn geweest van een persoonsgerichte discriminatoire afwijzing van een hond die later plots “verdwenen” was;
- de dierenambulance zou met regelmaat dieren niet kunnen of mogen aanbieden aan de opvang;
- vrijwilligers, de meeste zijn er al vele jaren, zouden op non-actief zijn gesteld, dan wel ontmoedigd, dan wel stappen zelf uit frustratie op;
- zojuist bereikte ons nog informatie dat de Arbodienst in opdracht van het bestuur een loopbaaninterventietraject zou opstarten teneinde de assistent-beheerster – die 25 jaar in dienst is – te kunnen ontslaan, hetgeen haar ook de daaraan bij het asiel verbonden huisvesting zal kosten.
Kortom, als slechts de helft van deze niet-limitatieve opsomming op waarheid zou berusten, dan kan men gerust spreken van een uitzichtloze en zeer zorgwekkende impasse die een schandvlek is op onze geciviliseerde compassie met, en inzet voor, verwaarloosde en behoeftige dieren!
Voormalig beheerder, van Wolffelaar – die van oktober 1977 t/m augustus 2004 actief was – verwoord het compact in zijn opinie van 29 september 2005 in het Eindhovens Dagblad; HET ASIEL IS EEN PUINHOOP!
Ik, en mijn fractie zijn dan ook van mening, en komen voorshands tot de conclusie, dat de situatie zoals die thans voorligt, onwenselijk, onmenselijk, en zeker ondierlijk is en volstrekt afkeurenswaardig. Ongeacht of de inspectie daar haar stempel van momentgebonden goedkeuring op zet.
Dit zijn Noord-Koreaanse toestanden in onze eigen gemeente en binnen een door vrijwilligers gedragen organisatie.
Redenen te over derhalve om aan u de volgende kritische vragen voor te leggen, waarvan wij voetstoots mogen aannemen dat u ze, in het belang van de dieren die niet kunnen spreken in deze, met enige voorrang en urgentie zult beantwoorden.
1 Wat is de hoogte van de subsidie die de gemeente Eindhoven thans jaarlijks afdraagt aan het Dierenopvangcentrum met als doel het centrum te ondersteunen opdat dit NAAR BEHOREN en conform doelstellingen kan en zal functioneren en haar zorgtaak uitoefenen?
2 Indien voor u inzichtelijk, hoeveel andere gemeenten, en voor welke bedragen, dragen subsidiegelden af aan het Dierenopvangcentrum dat een regionale rol vervuld?
3 Zijn de subsidiegelden ten behoeve van het Dierenopvangcentrum gerelateerd aan een behoorlijk en aantoonbaar functioneren van het opvangcentrum, en presteren van het bestuur, of zijn deze ongeacht de situatie aldaar?
4 Was u op de hoogte van alle onverkwikkelijke toestanden, zoals hierboven geschetst, dan wel minimaal het op zich al verontrustende beeld van de crisissituatie in het Dierenopvangcentrum, zoals uit eerdere verslaggeving in het Eindhovens Dagblad mocht blijken?
5 Deelt u onze mening dat de onderhavige situatie, en de crisis waarin het Dierenopvangcentrum momenteel verkeerd, uiterst zorgwekkend is, en in strijd met al datgene waarvoor het Dierenopvangcentrum conform haar eigen doelstellingen en statuten zou moeten staan?
6 Zo ja, bent u dan bereid om deze zorg en ongenoegen, dan wel afkeuring, te communiceren richting het stichtingsbestuur van het Dierenopvangcentrum en ook richting het landelijk bestuur van de Dierenbescherming?
7 Staan er instrumenten te uwer beschikking om in te grijpen in de, hiervoor geschetste onverkwikkelijke situatie, en zo u die heeft bent u dan ook ten spoedigste bereid om deze in te zetten conform de ernst van de situatie?
8 Voelt de gemeente Eindhoven zich als subsidieverstrekker medeverantwoordelijk voor normale arbeidsverhoudingen vrij van dwang en intimidatie? Of zijn daar naar uw mening andere partijen voor verantwoordelijk?
9 Wat is de stand van zaken met betrekking tot de voorgenomen herhuisvesting van het asiel als gevolg van het plan Tongelresche Akkers?
10 Nu u al deze informatie, alsmede de betreffende verslaggeving daaromtrent door de media, bekend is geworden, kunt u thans nog het huidige Dierenopvangcentrum-bestuur als een betrouwbare en conscixebntieuze en onbevooroordeelde gesprekspartner kwalificeren en mede gelet op een toekomstige verhuizing van het Dierenopvangcentrum, daarmee geloofwaardig “zaken” doen?
11 Deelt u onze mening dat het in het belang is van alle Eindhovense burgers en dieren dat het Dierenopvangcentrum TEN SPOEDIGSTE weer voor publiek en in nood verkerende dieren optimaal toegankelijk zal zijn en naar behoren kan en zal functioneren, en dat, teneinde dat doel te verwezenlijken daartoe elke denkbare inspanning zal moeten worden betracht?
Eindhoven, 30 september 2005.
** Antwoord van burgemeester en wethouders **
Het Rijk heeft middels wetgeving aan de gemeenten de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor opvang van zwerfhonden en zwerfkatten.
Die gemeentelijke plicht is middels een privaatrechtelijke contractrelatie van opdrachtgever en opdrachtnemer voor de uitvoering uitbesteed aan de Stichting Dierenopvangcentrum Doornakker.
Daartoe ontvangt deze stichting jaarlijks een vergoeding, voor 2005 groot
€ 104.000,– van de gemeente Eindhoven.
Deze vergoeding is opgebouwd uit deels een structurele activiteitvergoeding en deels een tijdelijke verrekeningsbijdrage in de kosten ten gevolge van het regulier maken van een ID-baan binnen het Dierenopvangcentrum.
In antwoord op uw vraag of bekend is wat andere gemeenten bijdragen geeft de jaarrapportage 2004 van deze stichting aan dat naast Eindhoven 14 nabije regiogemeente gezamenlijk aan vergoeding van € 34.000,– hebben verstrekt.
De gemeente Eindhoven heeft bij het bestuur van het Dierenopvangcentrum geen andere opdracht weggezet middels genoemde privaatrechtelijke overeenkomst dan die van de wettelijke opgedragen opvang van zwerfhonden en -katten.
De gemeente kan deze instelling dus alleen aanspreken op de zorgvuldige uitvoering van uitsluitend deze functie.
Vanuit die gemeentelijke verantwoordelijkheid is er periodiek ambtelijk overleg en wordt de inhoudelijke en financixeble rapportage beoordeeld, in het kader van de toekenning en vaststelling van de jaarlijkse vergoeding.
De geluiden, met name de laatste periode, over vermeende mistoestanden in de dierenopvang zijn het college niet ontgaan.
Daarom is er naast het periodiek ambtelijk overleg door de verantwoordelijk wethouder overleg gevoerd met een delegatie van bestuur/staf van het Dierenopvangcentrum.
Binnen dit gesprek is het bestuur bevraagd of de in recente publicaties beweerde problemen consequenties hebben of kunnen krijgen voor de taakuitvoering die de gemeente en de stichting op basis van het contract zijn overeengekomen.
In het gesprek deelde het interim-bestuur mee dat opvang en de kwaliteit ervan niet in het geding is, en ook niet in het geding geweest is.
In het gesprek maakt het interim-bestuur melding van de nieuwe werkwijze die wordt gevolgd bij de opvang van zwerfkatten. Nieuwe inzichten geven de voorkeur aan het vangen, steriliseren of castreren van zwerfkatten, om die vervolgens weer op de vindplek terug te plaatsen.
Bij honden maakt het bestuur melding van een overaanbod van vooral grote en moeilijk te hanteren honden, waardoor uitplaatsing naar nieuwe gezinnen steeds moeilijker wordt.
In zijn algemeenheid blijken mensen steeds vaker op een niet verantwoorde wijze van hun inmiddels niet meer gewenste hond of kat af te willen komen.
De inhoudelijke verslaglegging over kalenderjaar 2004 is inmiddels ontvangen en op basis van de jaarstukken, door een accountant opgemaakt, lijkt de bijdrage over 2004 zonder problemen te kunnen worden vastgesteld op het beoogde bedrag.
In overleg met het bestuur van het Dierenopvangcentrum is besloten de uiteindelijke vaststelling over 2004 even op te schorten tot na het moment van kennisneming van het onderzoek van BDO accountants, gexefnitieerd door het recent gevormde interim-bestuur.
Dit onderzoek zal in beeld brengen of de uitgangspunten voor de toekomstige bedrijfsvoering gebaseerd zijn op de juiste financixeble aannames die vanuit de historie van de vorige besturen zijn aangeleverd.
Het gesprek met het bestuur heeft een aantal belangrijke inzichten opgeleverd.
Het bestuur geeft aan dat de crisis waarvan sprake is, zijn oorsprong vindt in bestuurlijke, personele spanningen en arbeidsonrust, die manifest werden in de operatie om de dierenopvang vorm te gaan geven volgens nieuwe inzichten en langs nieuwe beleidslijnen.
Het bestuur was door de tijd heen te zeer op afstand van de uitvoering komen staan. De spanningen ontstonden, toen door het bestuur de sturing op personeel en uitvoering weer sterker naar zich toe werd getrokken, om de door het bestuur noodzakelijk gevonden verandering van de uitvoeringspraktijk van de dierenopvang te realiseren.
De bestuurlijke constructie dat het bestuur van de Stichting Dierenopvangcentrum Doornakkers werd benoemd door de lokale afdeling dierenbescherming Eindhoven, bleek een extra complicerende factor.
Deze afdeling kent als rechtspersoon de verenigingsvorm, waardoor de spanningen binnen bestuur en personeel van het Dierenopvangcentrum naar de ledenvergadering van deze vereniging werden gexebxporteerd, met allerlei kwalijke bestuurlijke/ organisatorische gevolgen van dien.
Het landelijk bestuur van de dierenbescherming heeft de bovengenoemde personele unie bexebindigd en draagt sinds dat moment de zorg voor de benoeming van bestuursleden die daardoor onafhankelijker kunnen handelen.
Nieuwe statuten zijn daartoe vastgesteld en ook aan de gemeente ter inzage aangeboden.
De actiepunten die het interim-bestuur en management meldt:
b de arbeidsrust binnen het team van medewerkers herstellen, waar nodig middels het bexebindigen van de arbeidsovereenkomst van enkele medewerkers die de cultuuromslag naar een beter functionerend centrum niet meer kunnen of willen maken;
b het interim-bestuur vervangen door een feitelijk nieuw team aan bestuursleden die vanaf januari 2006 het traject naar een professioneler en eigentijdser concept van dierenopvang gaan vormgeven;
b de financixeble bedrijfsvoering en administratie professionaliseren;
b het onderzoek naar andere, ruimere huisvesting, tegemoetkomend aan nieuw geldende kwaliteitseisen waaraan het huidige centrum qua capaciteit en inrichting niet meer kan voldoen, te heropenen vanaf het voorjaar 2006.
In het gesprek heeft het interim-bestuur gemeld dat de overeengekomen plicht tot opvang van zwerfkatten en -honden door het Dierenopvangcentrum steeds naar behoren is uitgevoerd. Wel geeft het bestuur aan dat andere publieksfuncties te lijden gehad onder invloed van de geschetste crisis, maar ook die functies zouden nu voor het publiek weer in service gesteld zijn.
Geluiden als zou de fysieke opvang en huisvesting van dieren beneden peil zijn, worden niet door feiten onderbouwd.
De politie verklaart, zulks op de vraag van het Stadsdeelkantoor Tongelre om ter plekke de zaak te inspecteren, dat de situatie in het opvangcentrum en de fysieke opvang van de dieren op orde is.
Mocht naar de toekomst duidelijk worden dat de overeengekomen opvang onverhoopt niet meer naar behoren wordt uitgevoerd, dan kan de gemeente in ieder geval de vergoeding als mogelijk sturingsinstrument inzetten, uiteraard binnen de gegeven wettelijke mogelijkheden.
De gemeente dient terughoudend op te treden inzake problemen die liggen in de arbeidsrechtelijke verhoudingen tussen werkgever en werknemer, zolang deze de uitvoering van de overeengekomen taak niet belemmeren.
Deze arbeidsrechtelijke zorg ligt onvervreemdbaar bij het bestuur van de stichting.
De ontwikkeling.
Zowel het bestuur als de gemeente spreken de verwachting uit dat de organisatorische problemen, die het besturen van het Dierenopvangcentrum in het recente verleden problematisch hebben gemaakt, door het actieplan van het interim-bestuur zullen kunnen worden opgelost.
Tegelijkertijd blijkt het contract tussen gemeente en opvangcentrum, opgesteld in de jaren ’90, aan herijking toe. Het huidige contract biedt te weinig sturing aan de uitvoering.
De dierenopvang, langs nieuwe inzichten en kwaliteitseisen vorm te geven, valt slechts in heel beperkte mate te realiseren binnen de beperkte capaciteit en sobere lay-out van de huidige accommodatie.
Het college zal het voorjaar van 2006 benutten om het gesprek met het nieuwe bestuur van het Dierenopvangcentrum te openen inzake de vaststelling van een geactualiseerd contract inzake dierenopvang, de kwaliteitszorg rond de opvang van zwerfdieren en de daarmee samenhangende planontwikkeling op nieuwe/andere huisvesting. Een en ander zal in de loop van 2006 leiden tot een nieuw contract en planvorming voor nieuwe huisvesting.
De gemeente zal bij die gelegenheid ook het contract ten aanzien van de opvang van zwerfdieren herijken en actualiseren op nieuwe eisen rondom dieropvang.
Eindhoven, 22 november 2005.
Ook te bekijken op de website van de gemeente Eindhoven.